
Auteur: Jaap van der Stel
Samenvatting
In dit essay onderzoek ik of klimaatgerelateerd extreem weer kan bijdragen aan polarisatie, radicalisering of politiek extremisme. De aanleiding is de hitteperiode van juni 2026 in Nederland en West-Europa. Het KNMI gaf voor het eerst code rood af voor extreme hitte in meerdere Nederlandse provincies (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut [KNMI], 2026). Kort daarna volgden zware onweersbuien, met hagel, windstoten en veel regen in korte tijd. World Weather Attribution (2026) stelt dat de West-Europese hittegolf in het onderzochte gebied de zwaarste ooit gemeten was. Zulke juni-temperaturen zouden vijftig jaar geleden vrijwel onmogelijk zijn geweest.
De literatuur ondersteunt geen rechte lijn van extreem weer naar extremisme. Zij wijst wel op indirecte mechanismen. Extreem weer kan bestaande breuklijnen versterken, schaarste en verdelingsstrijd aanjagen, vertrouwen in instituties ondermijnen en agressie verhogen, vooral bij hitte. De politieke uitkomst hangt sterk af van toeschrijving, publieke framing, sociale media, herstelbeleid en de kwaliteit van bestuur. Tegelijk kan extreem weer ook solidariteit, milieuzorg en steun voor klimaatbeleid bevorderen. Daarom ligt de kern niet alleen in de ramp zelf, maar vooral in de sociale en politieke verwerking ervan. Goed herstelbeleid, eerlijke verdeling, betrouwbare communicatie en bescherming van democratische procedures kunnen voorkomen dat fysieke ontregeling uitmondt in politieke verharding.
Probleemstelling
De laatste week van juni (2026) liet Nederland zien hoe klimaatverandering concreet wordt. Niet als toekomstbeeld, maar als hitte, slapeloze nachten, code rood, zware onweersbuien, hagel, windstoten en schade. Vooral hitte laat zich inmiddels goed aan klimaatverandering koppelen. Het KNMI gaf in juni 2026 code rood af voor extreme hitte en meldde hoge temperaturen in Nederland (KNMI, 2026). World Weather Attribution (2026) stelt dat de West-Europese hittegolf in het onderzochte gebied door klimaatverandering veel waarschijnlijker en zwaarder werd. Dat betekent niet dat elke afzonderlijke bui rechtstreeks door klimaatverandering wordt veroorzaakt. Wel is duidelijk dat opwarming de kans op extreme hitte vergroot. Ook kan warmere lucht meer waterdamp bevatten. Daardoor kunnen buien meer neerslag geven. Toch leidt die wetenschappelijke duidelijkheid niet vanzelf tot politieke overeenstemming. Integendeel: het klimaatdebat lijkt in media, politiek en sociale media vaak scherper te worden. De vraag is daarom niet alleen wat extreem weer doet met huizen, landbouw, infrastructuur en gezondheid. De vraag is ook wat het doet met vertrouwen, verdeling, publieke taal en democratische omgangsvormen.
In het publieke debat klinkt geregeld de gedachte dat klimaatverandering niet alleen fysieke schade veroorzaakt, maar ook maatschappelijke spanningen verscherpt. Lowles (2019) schreef in The Guardian dat de klimaatcrisis niet alleen extreem weer veroorzaakt, maar ook “extreme politics” voedt. Frost (2023) beschreef in Euronews hoe klimaatkwesties kunnen worden ingezet in culturele en politieke tegenstellingen. Zulke voorbeelden laten zien dat dit verband publiek wordt gelegd. Zij bewijzen nog niet dat het verband als zodanig vaststaat. Daarom moet de vraag preciezer worden gesteld: in hoeverre hangt klimaatgerelateerd extreem weer samen met polarisatie, radicalisering of politiek extremisme, en via welke mechanismen zou zo’n verband kunnen verlopen? Met polarisatie bedoel ik hier een verscherping van tegenstellingen tussen maatschappelijke of politieke groepen. Met radicalisering bedoel ik een proces waarin mensen steeds minder ruimte laten voor democratische tegenspraak. Met politiek extremisme bedoel ik de bereidheid om democratische spelregels, rechten of geweldsgrenzen te ondermijnen.
Een conflict over schadevergoeding na een overstroming is dus nog geen extremisme. Een complotverhaal over bewust achtergelaten regio’s kan radicalisering voeden. Het aanvallen van hulpverleners, bestuurders of stembureaus komt dichter bij extremisme. Ook de term klimaatgerelateerd extreem weer vraagt precisie. Niet elk extreem weersverschijnsel komt rechtstreeks door klimaatverandering. Wel maakt klimaatverandering bepaalde vormen van extreem weer waarschijnlijker, heviger of langduriger. Het IPCC (2023) stelt dat door mensen veroorzaakte klimaatverandering al invloed heeft op weersextremen in alle regio’s van de wereld. Dat geldt onder meer voor hitte, zware neerslag, droogte en tropische cyclonen.
De wetenschappelijke literatuur geeft geen eenvoudig antwoord. Zij wijst op mogelijke verbanden tussen klimaat, rampen, conflict en politieke spanningen, maar die verbanden zijn indirect, contextgevoelig en politiek gekleurd. Hsiang, Burke en Miguel (2013) vonden in hun meta-analyse aanwijzingen voor een verband tussen klimaatschokken en conflict. Buhaug en collega’s (2014) wezen op methodologische beperkingen en waarschuwden tegen één overkoepelend klimaateffect. Die discussie ondersteunt een voorzichtige conclusie: extreem weer kan spanningen versterken, maar doet dat niet vanzelf. Ook het Nederlandse debat vraagt precisie. Het zichtbare debat over klimaat kan fel zijn. Peelen en Tolsma (2026) onderzochten klimaathoudingen in Nederland over de periode 1986-2023. Zij vonden gemiddeld meer klimaatvriendelijke attitudes en juist minder attitudepolarisatie. Dat maakt de kwestie interessanter. Niet de hele bevolking hoeft verder uit elkaar te drijven om toch politieke verharding te krijgen. Een kleine groep, een harde framing of een reeks bestuurlijke fouten kan al veel invloed hebben.
Mechanismen
De literatuur wijst niet op één rechte lijn van extreem weer naar polarisatie of extremisme. Canavan en Ide (2024) laten zien dat rampen niet vanzelf tot conflict leiden. Extreem weer werkt eerder als ontregelende factor. Die factor kan bestaande spanningen vergroten. Zij kan soms ook samenwerking oproepen. Hieronder bespreek ik een reeks mechanismen die bij dit thema een rol (kunnen) spelen.
- Versterking van bestaande breuklijnen
Extreem weer treft samenlevingen niet in een leegte. Hitte, droogte, overstromingen en stormen grijpen in op situaties waarin vaak al ongelijkheid, regionale achterstelling of politiek wantrouwen bestaan. De ramp schept die breuklijnen meestal niet. Zij kan ze wel zichtbaar maken en op scherp zetten. Canavan en Ide (2024) laten in hun systematische review zien dat rampen vooral met conflict samenhangen in contexten met eerdere instabiliteit, sociaaleconomische ongelijkheid, zwak bestuur of gebrek aan externe steun. Zij vonden dat 55 procent van de onderzochte studies wijst op meer conflictrisico na rampen, terwijl 23 procent juist aanwijzingen geeft voor minder conflictrisico. Dit verschil telt. Rampen dwingen niet één politieke richting af. Een voorbeeld maakt dit concreet. Een overstroming in een regio met veel vertrouwen in de overheid kan leiden tot praktische samenwerking. Mensen helpen elkaar. Gemeenten communiceren helder. Schade wordt redelijk vergoed. Dezelfde overstroming in een regio die zich al genegeerd voelt, kan het gevoel versterken dat “zij daarboven” niets doen. De gebeurtenis lijkt fysiek vergelijkbaar. De politieke verwerking verschilt sterk.
- Schaarste en verdelingsstrijd
Extreem weer kan oogsten aantasten, inkomens onder druk zetten, infrastructuur beschadigen en toegang tot hulp bemoeilijken. Daardoor ontstaan verdelingsvragen. Wie krijgt steun? Wie draagt de lasten? Wie krijgt bescherming? Wie moet wachten? Zulke vragen krijgen snel een politieke lading. In een ongelijke samenleving kan dat omslaan in ressentiment. Politieke actoren kunnen die spanningen richten op elites, migranten, stedelijke kiezers, boeren, natuurorganisaties, klimaatbeleid of Europa. Canavan en Ide (2024) noemen relatieve deprivatie als een van de belangrijkste paden waarlangs rampen conflict kunnen versterken. Mensen reageren dan niet alleen op schade zelf. Zij reageren ook op het gevoel dat anderen beter worden beschermd. Een concreet voorbeeld: na langdurige droogte lijkt waterverdeling eerst een technisch vraagstuk. Toch kan dezelfde droogte sociaal gaan werken als boeren, natuurorganisaties, burgers en bedrijven elkaar zien als concurrenten om dezelfde hulpbron. Dan verschuift het debat van verdeling naar schuld.
- Verlies van vertrouwen in instituties
Een belangrijk mechanisme loopt via de reactie van overheden en instellingen. Herstelbeleid doet veel. Wanneer herstel traag, ondoorzichtig of onrechtvaardig verloopt, kan vertrouwen afnemen. Dan groeit de aantrekkingskracht van partijen of leiders die orde, eenvoud en harde grenzen beloven. Het Italiaanse voorbeeld van L’Aquila blijft hier nuttig, maar vraagt afbakening. Het betreft aardbevingen en dus geen extreem weer. Toch verduidelijkt het hoe ontregeling, wederopbouw en vertrouwensverlies politiek kunnen doorwerken. De aardbeving bij L’Aquila trof op 6 april 2009 de regio Abruzzen in Midden-Italië. De ramp kostte 308 mensen het leven en maakte 67.500 mensen dakloos. Alexander (2010) beschrijft hoe deze ramp later ook een voorbeeld werd van de politieke gevolgen van traag, top-down en omstreden herstelbeleid.
Cerqua, Ferrante en Letta (2023) vergelijken L’Aquila met de aardbevingen in Emilia in mei 2012. Emilia ligt in Noord-Italië, in een dichtbevolkte en economisch sterke regio. De seismische reeks kende twee zware schokken, op 20 en 29 mei 2012. Meroni en collega’s (2017) beschrijven de grote schade aan woningen, erfgoed en industrie. Volgens Cerqua en collega’s veranderde de aardbeving in Emilia het stemgedrag niet op dezelfde manier als de aardbeving in L’Aquila. In L’Aquila hing trage en gebrekkige wederopbouw samen met een blijvende autoritaire electorale reactie. In Emilia bleef dat patroon uit. Niet de ramp op zichzelf stond centraal, maar het verschil in wederopbouw en institutioneel vertrouwen. Dat maakt het voorbeeld relevant voor klimaatadaptatie. Een hittegolf, storm of overstroming krijgt politieke betekenis via de vraag of mensen zich beschermd, gezien en eerlijk behandeld voelen. De fysieke gebeurtenis begint in bodem, lucht of water. De politieke gebeurtenis ontstaat in de nasleep.
- Hitte, prikkelbaarheid en agressie
Hogere temperaturen hangen samen met meer agressie en geweld. Choi en collega’s (2024) geven hiervan een overzicht in een systematische review en meta-analyse over temperatuur, criminaliteit en geweld. Zij vinden vooral steun voor een verband tussen hogere temperaturen en geweldscriminaliteit. De auteurs plaatsen daarbij duidelijke kanttekeningen: de uitkomsten verschillen per type geweld, meetmethode, plaats en onderzoeksopzet. Deze relatie zegt niet rechtstreeks iets over stemgedrag. Zij zegt wel iets over het sociale klimaat waarin politieke boodschappen landen. Hitte belast het lichaam, verstoort slaap en vergroot irritatie. Hitte maakt buitenwerk, zorg, vervoer en onderwijs zwaarder. Daardoor kan de drempel voor ruzie, escalatie en vijanddenken lager worden. Dit mechanisme verklaart polarisatie niet op zichzelf. Het kan haar wel voeden. Een langdurige hittegolf kan spanningen in gezinnen, buurten, instellingen en publieke ruimtes verhogen. Als daar tegelijk onzekerheid, vermoeidheid en wantrouwen spelen, wordt het sociale draagvlak smaller.
- Toeschrijving en betekenisgeving
Mensen reageren niet alleen op extreem weer zelf. Zij reageren ook op de betekenis die zij eraan geven. Een hittegolf krijgt pas politieke betekenis als mensen haar verbinden met klimaatverandering, bestuurlijk falen, onrechtvaardige verdeling of verlies van controle. Cologna en collega’s (2025) onderzochten in 68 landen of blootstelling aan extreem weer en subjectieve toeschrijving aan klimaatverandering samenhangen met steun voor klimaatbeleid. Hun studie laat zien dat blootstelling op zichzelf meestal geen sterke voorspeller is van steun voor klimaatbeleid. Subjectieve toeschrijving aan klimaatverandering hangt daar sterker mee samen. Dit mechanisme werkt ook de andere kant op. Wie extreem weer niet aan klimaatverandering koppelt, kan dezelfde gebeurtenis zien als pech, lokaal falen of overdreven mediapaniek. Daardoor kan één ramp verschillende politieke betekenissen krijgen. Voor de ene groep is zij bewijs voor sneller klimaatbeleid. Voor een andere groep is zij bewijs voor slecht bestuur. Voor een derde groep is zij aanleiding tot complotten. Een hittegolf wordt dan geen gedeelde ervaring, maar een strijd om uitleg.
- Politieke framing
De politieke uitkomst hangt sterk af van de manier waarop partijen, media en bewegingen extreem weer duiden. Een overstroming kan worden gepresenteerd als argument voor beter klimaatbeleid. Zij kan ook worden gebruikt als bewijs van bestuurlijk falen, verlies van controle of oneerlijke bevoordeling van andere groepen. Wappenhans, Valentim, Klüver en Stoetzer (2024) tonen dat extreme weersgebeurtenissen de aandacht van Europese politieke partijen voor milieuthema’s meestal niet vergroten. Alleen groene partijen reageren kortstondig met meer milieuaandacht. Deze bevinding corrigeert de gedachte dat rampen vanzelf politieke aandacht voor klimaat versterken. De stap van gebeurtenis naar politieke agenda verloopt via schakels. Een voorbeeld: een dijkdoorbraak kan leiden tot een debat over waterveiligheid, ruimtelijke ordening en klimaatadaptatie. Dezelfde gebeurtenis kan ook worden geframed als bewijs dat “de overheid ons niet beschermt”. Dan verschuift de politieke betekenis van preventie naar verwijt. Daarom doet publieke taal ertoe. Woorden als “verraad”, “dictaat” en “opgelegde klimaatagenda” maken een ander politiek veld dan woorden als “bescherming”, “voorzorg” en “eerlijke verdeling”.
- Sociale media en misinformatie
Digitale media versnellen framing. Na extreem weer circuleren snel beelden, verklaringen en beschuldigingen. Soms gaat het om terechte kritiek op bestuur. Soms gaat het om misinformatie, complotten of zondebokvorming. Daardoor kan een lokale ramp snel onderdeel worden van een groter cultureel conflict. Esteve Del Valle (2025) onderzocht 27 peer-reviewed studies over sociale media, politieke polarisatie en klimaatverandering. De uitkomsten waren gemengd: dertien studies vonden vormen van polarisatie, zes vonden die niet en acht bleven onbeslist. Toch laat de review zien dat online klimaatdebatten vaak samenhangen met affectieve polarisatie, digitale sporen en groepsvorming. Dit betekent niet dat sociale media automatisch radicaliseren. Zij maken wel snelle betekenisstrijd mogelijk. Een voorbeeld is de verspreiding van berichten na een bosbrand waarin klimaatbeleid, migratie, sabotage of elites zonder bewijs met elkaar worden verbonden. Zulke berichten kunnen bestaande wantrouwenstaal versterken.
- Verkiezingen als kwetsbare infrastructuur
Extreem weer kan democratie ook praktisch onder druk zetten. Het kan stembureaus beschadigen, kiezers verplaatsen, campagnes verstoren en noodmaatregelen afdwingen. Dat hoeft niet tot extremisme te leiden. Toch kan het wantrouwen vergroten wanneer groepen denken dat verkiezingen oneerlijk verlopen. Asplund, Birch en Martínez i Coma (2026) analyseren in een rapport van International IDEA meer dan honderd gevallen van door rampen verstoorde verkiezingen tussen 2006 en 2025. Zij bespreken onder meer stormen, overstromingen, hittegolven, aardbevingen en bosbranden. Hun punt is praktisch en democratisch: verkiezingsorganisaties moeten natuurrisico’s meenemen in de voorbereiding van verkiezingen. Dit mechanisme vult de literatuur over polarisatie aan. Het gaat niet alleen om opinies of stemgedrag. Het gaat ook om de organisatie van democratische procedures. Een hittegolf op verkiezingsdag kan wachtrijen, uitval van apparatuur of lage opkomst veroorzaken. Zonder goede communicatie kan dat achteraf worden uitgelegd als manipulatie.
- Tegenmechanismen: solidariteit en groene steun
Extreem weer duwt samenlevingen niet vanzelf richting conflict. Het kan ook solidariteit oproepen. Mensen helpen buren. Zij delen middelen. Zij herstellen lokale verbanden. Dat werkt vooral wanneer hulp zichtbaar eerlijk wordt verdeeld, lokale netwerken bestaan en bestuur betrouwbaar communiceert. Canavan en Ide (2024) noemen ook mechanismen waardoor rampen conflict juist kunnen verminderen, zoals samenwerking rond noodhulp en gedeelde hulpbronnenbeperkingen. Hoffmann, Muttarak, Peisker en Stanig (2022) laten zien dat ervaringen met klimaatgerelateerde gebeurtenissen kunnen samenhangen met meer milieuzorg en meer steun voor groene partijen. Cologna en collega’s (2025) vinden eveneens dat toeschrijving aan klimaatverandering steun voor klimaatbeleid kan vergroten.
Voor Nederland vraagt dit om extra voorzichtigheid. Peelen en Tolsma (2026) onderzochten klimaathoudingen in Nederland over de periode 1986-2023. Zij vonden gemiddeld meer klimaatvriendelijke attitudes en juist minder polarisatie in klimaathoudingen. Wel zagen zij verschillen tussen groepen en tussen soorten klimaathoudingen. De publieke zichtbaarheid van conflict betekent dus niet automatisch dat de bevolking als geheel sterker polariseert. Deze nuance is zeer belangrijk. Zij voorkomt dat we het klimaatdebat zelf onnodig harder maken. Er is mogelijk meer overeenstemming dan het dagelijkse mediabeeld soms suggereert. Tegelijk kan een luid en goed georganiseerd conflict de politieke besluitvorming wel blokkeren.

Conclusie
Extreem weer leidt niet vanzelf tot polarisatie, radicalisering of politiek extremisme. De literatuur wijst eerder op een indirect en contextgevoelig verband. Klimaatgerelateerde rampen kunnen bestaande breuklijnen verdiepen, vooral wanneer bestaansonzekerheid toeneemt, herstel ongelijk verloopt, instituties vertrouwen verliezen en politieke actoren de gebeurtenis inzetten als bewijs van verraad, falen of bedreiging (Canavan & Ide, 2024; Cerqua et al., 2023). Tegelijk kan dezelfde ramp ook samenwerking, milieuzorg of steun voor klimaatbeleid oproepen (Cologna et al., 2025; Hoffmann et al., 2022). De uitkomst hangt af van bestuur, verdeling, lokale samenhang, mediaframing en de betekenis die mensen aan de gebeurtenis geven. Sociale media kunnen die betekenisstrijd versnellen, maar niet elke online discussie polariseert even sterk (Esteve Del Valle, 2025). De kern ligt daarom niet alleen in het weer zelf. Zij ligt in de sociale en politieke verwerking ervan. Een hittegolf, overstroming of storm wordt politiek werkzaam wanneer mensen haar koppelen aan schuld, rechtvaardigheid, bescherming en vertrouwen. Juist daar ligt ook de ruimte voor preventie. Eerlijk herstelbeleid, duidelijke communicatie, bescherming van verkiezingen, lokale samenwerking en zorgvuldige publieke taal kunnen voorkomen dat fysieke ontregeling omslaat in politieke verharding.
Klimaatbeleid vraagt kortom om meer dan technologie. Technologie kan meten, koelen, waarschuwen, water bergen en infrastructuur versterken. Maar technologie verdeelt geen lasten, herstelt geen vertrouwen en voorkomt geen zondebokpolitiek. Daarvoor zijn bestuur, rechtvaardigheid en sociale samenhang nodig. Zonder die sociale kant wordt extreem weer niet alleen een meteorologisch risico, maar ook een democratisch risico.
Literatuur
Alexander, D. E. (2010). The L’Aquila earthquake of 6 April 2009 and Italian government policy on disaster response. Journal of Natural Resources Policy Research, 2(4), 325-342. https://doi.org/10.1080/19390459.2010.511450
Asplund, E., Birch, S., & Martínez i Coma, F. (2026). Managing natural hazards and climate risks in elections. International Institute for Democracy and Electoral Assistance. https://www.idea.int/publications/catalogue/managing-natural-hazards-and-climate-risks-elections
Buhaug, H., Nordkvelle, J., Bernauer, T., Böhmelt, T., Brzoska, M., Busby, J. W., Ciccone, A., Fjelde, H., Gartzke, E., Gleditsch, N. P., Goldstone, J. A., Hegre, H., Holtermann, H., Koubi, V., Link, J. S. A., Link, P. M., Lujala, P., O’Loughlin, J., Raleigh, C., & Urdal, H. (2014). One effect to rule them all? A comment on climate and conflict. Climatic Change, 127, 391-397. https://doi.org/10.1007/s10584-014-1266-1
Canavan, C., & Ide, T. (2024). Contention, cooperation, and context: A systematic review of research on disasters and political conflicts. International Journal of Disaster Risk Reduction, 108, Article 104558. https://doi.org/10.1016/j.ijdrr.2024.104558
Cerqua, A., Ferrante, C., & Letta, M. (2023). Electoral earthquake: Local shocks and authoritarian voting. European Economic Review, 156, Article 104464. https://doi.org/10.1016/j.euroecorev.2023.104464
Choi, H. M., Heo, S., Foo, D., Song, Y., Stewart, R., Son, J., & Bell, M. L. (2024). Temperature, crime, and violence: A systematic review and meta-analysis. Environmental Health Perspectives, 132(10), Article 106001. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39404825/
Cologna, V., Meiler, S., Kropf, C. M., Lüthi, S., Mede, N. G., Bresch, D. N., Lecuona, O., Berger, S., Besley, J., Brick, C., Joubert, M., Maibach, E. W., Mihelj, S., Oreskes, N., Schäfer, M. S., Van der Linden, S., & TISP Consortium. (2025). Extreme weather event attribution predicts climate policy support across the world. Nature Climate Change, 15, 725-735. https://doi.org/10.1038/s41558-025-02372-4
Esteve Del Valle, M. (2025). Social media, political polarization, and climate change: A systematic literature review. Review of Communication Research, 13, 106-121. https://doi.org/10.52152/RCR.V13.S4
Frost, R. (2023, August 18). Weaponising the climate crisis: How extremists and politicians are polarising the debate. Euronews Green. https://www.euronews.com/2023/08/20/weaponising-the-climate-crisis-how-extremists-and-politicians-are-polarising-the-debate
Hoffmann, R., Muttarak, R., Peisker, J., & Stanig, P. (2022). Climate change experiences raise environmental concerns and promote Green voting. Nature Climate Change, 12, 148-155. https://doi.org/10.1038/s41558-021-01263-8
Hsiang, S. M., Burke, M., & Miguel, E. (2013). Quantifying the influence of climate on human conflict. Science, 341(6151), Article 1235367. https://doi.org/10.1126/science.1235367
Intergovernmental Panel on Climate Change. (2023). Climate change 2023: Synthesis report. Summary for policymakers. IPCC. https://doi.org/10.59327/IPCC/AR6-9789291691647.001
Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut. (2026). Liveblog hitte en onweersbuien vanaf 22 juni 2026. https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/liveblog-hitte-vanaf-22-juni-2026
Lowles, N. (2019, September 19). The climate crisis isn’t just causing extreme weather. It’s fuelling extreme politics, too. The Guardian. https://www.theguardian.com/commentisfree/2019/sep/19/climate-crisis-extreme-weather-extreme-politics-far-right
Meroni, F., Squarcina, T., Pessina, V., Locati, M., Modica, M., & Zoboli, R. (2017). A damage scenario for the 2012 Northern Italy earthquakes and estimation of the economic losses to residential buildings. International Journal of Disaster Risk Science, 8, 326-341. https://doi.org/10.1007/s13753-017-0142-9
Peelen, A. A. E., & Tolsma, J. (2026). A changing climate change climate? A meta-analysis of climate change attitudes and polarization in the Netherlands spanning four decades. Humanities and Social Sciences Communications, 13, Article 445. https://doi.org/10.1057/s41599-026-06638-w
Wappenhans, T., Valentim, A., Klüver, H., & Stoetzer, L. F. (2024). Extreme weather events do not increase political parties’ environmental attention. Nature Climate Change, 14, 696-699. https://doi.org/10.1038/s41558-024-02024-z
World Weather Attribution. (2026). Fossil fuel emissions have rapidly worsened European heatwaves in just a few decades. https://www.worldweatherattribution.org/fossil-fuel-emissions-have-rapidly-worsened-european-heatwaves-in-just-a-few-decades/
